‘Circulariteit vraagt meer dan alleen het formuleren van ambities’ 

De stip op de horizon is helder, maar de weg ernaartoe ligt nog open. De milieu-impact van de bouwsector in Nederland is 50% lager in 2030 ten opzichte van 2020, waarbij grondstoffen maximaal worden hergebruikt. En in 2050 zijn we volledig circulair. DGBC kijkt daarom tijdens de verkiezingen van dit jaar met argusogen naar de partijprogramma’s en bijbehorende ambities. Is de weg naar een circulaire bouweconomie daarin voldoende belicht?    

Bekijk hier de DGBC Kieswijzer >>


Waar het in verkiezingstijd vaak draait om oneliners en stevige standpunten is dat rondom het thema circulariteit wat minder het geval, kunnen we na een korte analyse concluderen. De circulaire economie heeft zeker bij de partijen met een klimaatagenda, een prominentere plek gekregen in de verkiezingsprogramma’s, maar tot concreet bewandelbare routes komt het nauwelijks.  
 
Zoals gezegd is het thema vooral bij de partijen die de klimaatproblematiek veelvuldig benoemen een onderdeel in het programma; zij het bij de ene partij een stuk uitgebreider dan bij de ander. In het kort komt het op het volgende neer: D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren en ChristenUnie pleiten ervoor om een materialenpaspoort in te voeren. PvdA stelt voor het rijksprogramma  Circulaire Economie uit te breiden. En bij de partijen die meer rechts van het spectrum opereren is het thema overwegend niet of niet noemenswaardig uitgediept.  

Manifest 

Positief zijn de kansen die partijen als CDA, D66 en PvdD zien voor biobased bouwen en houtbouw. Het zijn onderwerpen waar ook DGBC heil in ziet. In december was DGBC een van de aanjagers van het Manifest van VORM, met daarin de oproep aan de politiek om, voorbij de belangen van de bouwindustrie, te zorgen voor rekenmethodieken die het gebruik van biobased materialen bevorderen. Het Manifest leidde tot Kamervragen en een positieve reactie van Minister Ollongren. Ruben Zonnevijlle, programmamanager Circulariteit bij DGBC, is dan ook blij dat biobased bouwen nu ook bij de landelijke politiek meer en meer top of mind wordt. “Dit kan helpen om de doelstellingen richting 2050 te realiseren.” 

Gebouwpaspoort

Tegelijkertijd is hij enigszins verrast over de positionering van het materialenpaspoort bij de politieke partijen. “Het gebruik van een gebouwpaspoort juichen wij van harte toe, maar het gebruik ervan leidt niet automatisch tot een circulair gebouw. In eerste instantie moet de stip op de horizon van 2050 (en 2030) worden omgezet in concrete doelstellingen. Wat willen we dan behaald hebben? Een gebouwpaspoort is een instrument wat hieraan kan bijdragen, maar niet een doelstelling op zich." Daarmee stipt hij gelijk een volgend ‘kritiekpuntje’ aan. Concrete doelen waarmee de partijen naar een volledig circulaire (bouw)economie toewerken zijn nauwelijks terug te vinden in de programma’s, of worden geschaard onder de CO₂-doelstellingen.  

Building Life

Dat daar de focus op ligt en ook het thema circulariteit wordt geraakt is niet vreemd. Een belangrijke circulaire uitdaging ligt bij het aanpakken van de CO₂-uitstoot in de hele bouwkolom. “Maar een concrete koppeling naar de bouw ontbreekt in de partijprogramma’s.” Zonnevijlle pleit er dan ook voor om dat hoger op de agenda te zetten. Het is iets waar DGBC ook hard aan werkt met het programma Building Life, waarbij niet alleen gekeken wordt naar de CO₂ die bij het energiegebruik van een gebouw wordt uitgestoten, maar naar de CO₂  die vrijkomt bij de realisatie en onderhoud van het gebouw: de hele levenscyclus van een gebouw. Hierin speelt circulariteit een essentiële rol.  

Concrete doelen 

En dan is er nog de discussie over CO₂-heffingen. Hierover heeft inmiddels ongeveer elke politieke partij wel een standpunt. Dit varieert van ‘voor’ of ‘tegen’ tot ‘dit moet Brussel maar regelen’. Dat stemt Zonnevijlle niet hoopvol: “Wordt dit een vergelijkbaar thema zoals ooit de hervorming van de hypotheekrenteaftrek?” Het illustreert wellicht de lange weg die er nog te gaan is naar een circulaire bouweconomie. “De landelijke politiek zal net als de bouw- en vastgoedsector zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat betekent heldere doelen, maar ook routekaarten formuleren. Maak circulariteit concreet, daar wordt bij DGBC ook hard aan gewerkt, maar de politiek kan een versnellende factor zijn. Dit kan met wet- en regelgeving, maar ook door meer de samenwerking te zoeken met de bouwkolom.”  

Bekijk hier de DGBC Kieswijzer >>


Lees hier de reactie van DGBC-directeur Annemarie van Doorn

Lees hier meer over de verkiezingen en Paris Proof

Gerelateerd

Utrecht is de duurzaamste kantorenstad van Nederland

Utrecht is de duurzaamste kantorenstad van Nederland

Terugblik Building Holland Digital

Terugblik Building Holland Digital

BREEAM-NL reportage: het verhaal achter de vijf sterren van het Rijksmuseum

BREEAM-NL reportage: het verhaal achter de vijf sterren van het Rijksmuseum